Gedichten - Winnaar Juryprijs Poëziefestival Het Park Vertelt - 2008
Mart van der Hiele
Driewerf oorlog
De profundis
Het is al herfst en om het huis
nog overal bevrijding: spreeuwen in konvooi
boven een loopgraaf bieten, zweefvliegen
die op moesappels landen, naast de sloot
een bonenstaakversperring. Achter valschermblad
houdt zich een stroman schuil en in de wagenschuur
mijn held geworden opa; Alzheimer
kreeg hem niet klein, hij maakt weer lange nachten
als frontsoldaat en overdag herkauwt hij
zoetig vlees, slurpt zwaar vertroebeld bloed.
Dies irae
De oorlog wordt nu dus definitief
gesloten. Op de laatste kaart
nog snel een mijnenveld gelegd, mijn bajonet
ligt stom te glanzen in een plas champagne.
Want liever schiet ik uit mijn knarsend silhouet
de klad in alle wegen, rijg aan prikkeldraad
gescheurde bomen in een schemerstad,
waar kranten razen langs een hol station
en ratten tieren rond verlopen treinen.
God heeft weer haast: hij schraapt uit dode hoeken
onvindbaar stof. Vandaag nog nieuwe aarde.
Tollite hostias
Een kweekbed aan het spoor – mijn vrijheid is gelukt.
Ik dood de tijd met wroeten langs de rand,
graaf kilometers jong groen uit de grond
en houd de stand, hoe lang ze bloeien, bij:
margriet, roos, iris, aster en jasmijn
koud veertien dagen, in de zon een week.
Een etmaal soms. Bij hagel nog geen nacht.
Maar als de trein langs dendert, vult mijn tuin
zich met de namen die ik heb bedacht:
Debora. Hanna. Martha. Karen. Ruth.